Afgelopen woensdag begon ik mijn bezoek aan Lingezegen aan de noordkant bij het gebied “De Park”.
Hier heb ik me gefocust op de verhoogde contouren, het landschap en de connectie met de omgeving zoals de aangrenzende golfbaan en landerijen. Ook heb ik in de droneshots geprobeerd de relatie tot de aangrenzende bebouwing te laten zien.
De Notenlaan was magisch. Een prachtige laan onder oude bomen door, waar schapen graasden en het licht mooi gefilterd werd door de bladeren van de bomen. Er liep een paard, iemand raapte noten van de grond en mensen fietsten of lieten hun hond uit.


Verder fietsend kwam ik bij de de brug De Hoge Noot, ontworpen door Korth Tielens architecten. De fiets- en voetgangersbrug verbind De Park met Waterrijk-West en bied een mooi uitzicht over het landschap en de passerende treinen.

Ik fietste door naar Waterrijk waar de schaal en het gevoel van het gebied al snel veranderde, waar De Park nog enigszins klein en romantisch aanvoelde was dit breder en werd ik omgeven door riet en water.
Ik werd verrast door vogels en mooie doorkijkjes. Regelmatig werd ik door vogelaars aangesproken die maar al te graag vertelden over de vogels waar ze naar op zoek waren of foto’s lieten zien van exemplaren die ze al hadden gespot. Het was duidelijk een populair gebied voor mensen die hier van houden.

Met het MΓ‘ximapark nog in mijn achterhoofd realiseerde ik mij dat ik het hier lastiger vond om bepaalde beelden te schieten, waar in het MΓ‘ximapark veel duidelijke leidende lijnen d.m.v. aangelegde paden of bomenrijen was het landschap hier veel weidser en opener met af en toe een boerderij of een bruggetje. Hierdoor moest ik een schakel maken in de manier waarop ik het gebied benaderde met de camera. Ik realiseerde me dat het een totaal anders landschapspark was dan in Utrecht. Op de kaart kreeg ik een goed overzicht en zag dat het park zich tot de Waal strekte en besloot die kant op te gaan.


Onderweg ging ik langs landwinkel de Woerdt, wat druk bezocht werd. Ik haalde er wat fruit voor onderweg, vulde mijn waterfles bij en fietste verder richting de Waal.
De omgeving was hier weer totaal veranderd, de vlakke landschappen hadden plaats gemaakt voor boomgaarden met af en toe wandelpaden er doorheen. Ergens door een opening van het groen zag ik mensen zitten aan een plasje, ze genoten van de rust en het water.

Dichter bij de Waal kwam ik op een dijk, dicht bij het eindpunt van mijn reis richting het meest zuidelijke gedeelte van het park.
Hier werd veel gelopen en gefietst, kinderen kwamen terug van school. Vanaf de dijk zag ik de Waal verschijnen met passerende boten.

Door de omvang van Lingezegen heb ik me geprobeerd te focussen op jouw aanwijzingen en op wat de unieke eigenschappen van de verschillende gebieden zijn. Daarnaast heb ik geprobeerd vanaf de grond en vanuit de lucht de schaal en de overgangen tussen het landschapspark en de bebouwde gebieden te laten zien. Ik heb me hier iets minder op mensen gericht dan in het MΓ‘ximapark en iets meer op het concrete landschap.

Op de fietstocht terug naar mijn auto zag ik in de verte een vlieger in de lucht. Ik besloot er naartoe te rijden en vond een man die met de grootste precisie en geduld, met minimale bewegingen de vlieger op één plaats in de lucht probeerde stil te laten hangen. Het was een prachtig, bijna poëtisch laatste beeld voor mij daar en een mooi voorbeeld voor hoe iedereen een eigen invulling geeft aan het park.